Zendingsbericht 25 april 2015

De onwillige engel

Mongolië
Jagana


Jagana zat op haar gebruikelijke stoel in de Adventkerk. God aanbidden had haar eens vervuld met vreugde. Maar ergens tijdens haar drukke jaren aan de universiteit heeft zij de binding met God verloren. Zij houdt nog steeds van God, gelooft nog steeds in Hem. Maar zij voelt dat zij niet langer een leven leeft dat Christus eert.
De kerk is beter af zonder mij, dacht zij. Ter wille van alles waar ik van houd, moet ik weggaan.
Jagana had hard gewerkt op school; zij had hoge cijfers en keek uit naar het cum laude afstuderen. Zij had zo hard gewerkt voor haar graad dat zij niet doorhad dat ze het contact met Jezus verloor.
Ze dacht terug aan het moment dat zij Jezus voor het eerst ontmoette. Zij studeerde Engels met enkele jonge Adventisten. Als haar ouders hadden geweten dat zij een Christen was geworden, hadden ze bezwaar gemaakt. Jezus werd het belangrijkste in haar leven.
Maar toen ze aan de universiteit begon, duwde de glans van succes haar aandacht weg van haar Verlosser en langzaam dreef ze weg van God. Aanbidding was een gewoonte geworden. Toen zij die sabbat in de kerk zat dacht ze, Dit is mijn laatste kerkdienst. Het is beter weg te gaan dan een leugen te leven.
Maar God had andere plannen voor Jagana.

Die avond rinkelde Jagana’s telefoon. “Jagana, ik heb goed nieuws voor jou!” De bekende stem van predikant Joshua kalmeerde haar. “Je bent uitgekozen deel te zijn van de Golden Angels!”
Jagana was verbaasd. Vanaf de eerste keer dat zij de Golden Angels hoorde zingen wilde zij deel zijn van deze selectieve groep van jonge adventistische zangers. Zij reizen een jaar door Noord Azië om God te dienen.
“N-nee, dominee,” stamelde Jagana. “Ik kan niet.” Zij noemde snel haar redenen. “Ik ga afstuderen; ik verlies mijn studiebeurs als ik een jaar van school ga. Ik kan niet goed genoeg zingen om lid te zijn van de Golden Angels.” Jagana bedankte haar favoriete predikant en zei gedag. Zij vertelde hem niet dat haar geestelijk leven aan het afsterven was.
Predikant Joshua belde een paar dagen later opnieuw en nodigde Jagana opnieuw uit bij de Golden Angels te gaan. Opnieuw zei ze nee. De predikant belde voor een derde keer op. Maar voordat zij kon antwoorden zei hij, “Jagana, stop met nee zeggen. Neem 24 uur om hiervoor te bidden.”
Jagana stemde toe om te gaan bidden. Maar in haar gedachten herhaalde ze alle redenen waarom zij niet bij de Golden Angels kon gaan.
Zij bad zoals zij had beloofd. “God, ik dacht dat u slim was; ik dacht dat U alles wist. Hoe kunt U mij kiezen om een Golden Angel te worden? Maar … als U echt wil dat ik dat doe geef me dan een teken. Laat mijn ouders – en mijn leraren – toestemming geven. Dan weet ik dat U wilt dat ik ga.” Jagana glimlachte. Zij was er zeker van dat haar ouders boos zouden zijn en haar professoren nooit zouden toestaan dat zij haar school verliet.
Plichtsgetrouw belde ze haar ouders om hen over deze kans te vertellen. “Vraag je vader,” zei haar moeder, en zij gaf de telefoon aan haar vader.
“Vraag je leraren” zei haar vader, “Als zij akkoord zijn, is het goed.”
Verbijstert door haar vaders antwoord legde Jagana de telefoon neer. Hoewel haar eerste professor een christen was, wist ze dat hij haar geloof wantrouwde en niet zou toestemmen dat zij een jaar vrij nam van haar studies om te zingen. Hij wilde dat zij de medaille voor de beste student zou winnen, net zoveel als zijzelf. Maar toen zij hem over de Golden Angels vertelde, zei hij, “Gefeliciteerd! Ga!”
Toen Jagana die avond wachtte op het telefoontje van predikant Joshua vroeg ze zich af wat ze hem zou vertellen. Maar ze besefte dat God haar riep om Hem te dienen. Hij houdt nog steeds van mij, realiseerde ze zich. Hij wil me nog steeds.
Jagana verliet school en ging mee met de Golden Angels. Zij was niet opgeleid als zangeres, en zij worstelde zich door de moeilijke oefeningen. Zij voelde dat God haar hielp om boven zichzelf uit te stijgen met zingen.
Terwijl de groep hun zending startte zag Jagana hoe God de Golden Angels gebruikte om haar geloof opnieuw te bevestigen. En tijdens de evangelisatie reeks in Mongolië gaf Jagana’s moeder haar leven aan God. “God
heeft me laten zien dat Hij van me houdt en me nooit zal verlaten,” zei ze. “Ik ben opgewonden dat Hij me heeft gezocht op het moment dat ik van plan was hem te verlaten.”
Jagana voltooide haar studie en is onderwijzeres op de eerste adventistische basisschool in Mongolië. Zij vindt haar grootste plezier in het uitreiken naar familie en vrienden en haar kinderen door hen voor te stellen aan haar fantastische Verlosser.
Mongolië is een jonge zending. De eerste gelovigen zijn iets meer dan 20 jaar geleden gedoopt. Ons zendingsgeld zal helpen te voorzien in een bibliotheek voor de adventistische basisschool in Mongolië. Dank u voor uw gaven.
 Mongolië heeft ongeveer 2,8 miljoen inwoners, waarvan een miljoen in de hoofdstad Ulaanbaatar woont.
 De eerste bekeerlingen na de val van het communisme in Mongolië werden gedoopt in 1993. Momenteel kerken meer dan 1.600 adventisten in 10 kerken, organisaties en groepen in Mongolië. Zeven van deze kerkgroepen zijn gevestigd in de hoofdstad.
 De meeste adventisten in Mongolië zijn jonger dan 30 jaar.