Zendingsbericht 30 mei 2015

De "ondergrondse" Bijbel

Het volgende is een eigen geschiedenis van een adventistische predikant in functie in het China van vandaag.
Gedurende de periode van China’s culturele revolutie was het erg gevaarlijk om een Bijbel te bezitten. Iemand die we kenden was echter in staat er een te krijgen. Aangezien het zo’n zeldzaam en waardevol boek was wilde deze man het delen met zoveel mogelijk mensen, dus hij haalde de Bijbel uit elkaar en gaf een of twee boeken aan diverse adventistische gezinnen. Ons gezin ontving de boeken 1 en 2 Samuel en wij lazen het steeds weer opnieuw, elk woord in on hart bewarend. Als kind genoot ik van de vele opwindende verhalen die in deze twee boeken stonden! Mijn oudere broer kon schrijven, dus hij kopieerde de boeken handmatig om het met anderen te delen.
Een paar jaren later vond iemand een erg kleine Bijbel die in een plastic zak begraven was in de aarde. Vanwege slecht gezichtsvermogen kon de man de kleine letter niet lezen dus hij gaf de Bijbel aan mij toen ik 18 jaar was. Ik was zo opgewonden! Hier was een complete Bijbel die ik voor de eerste keer in mijn hand hield!


Deze “ondergrondse” Bijbel werd erg waardevol voor mij en ik las het meer dan tien keer van het eerste hoofdstuk tot het laatste. Ik besteedde er veel tijd aan, markeerde belangrijke gedeelten en schreef enkele gedachten op. Ik herinner me dat toen ik jong was mijn oma me vertelde over Noach, maar hier was ik als 18-jarige en kon ik voor het eerst zelf het verhaal over de vloed lezen.
Terwijl ik de Bijbel las, begon ik te begrijpen waar dit boek over ging. Ik leerde meer over Jezus en zijn onderwijs. Ik ontdekte waarheid in de Bijbel. Hoe meer ik las, hoe geïnteresseerder ik werd.
Twee jaar later bezocht ik een gebied waar de meeste mensen niets wisten over de Bijbel. Ik was uitgenodigd om te spreken voor groepen in verschillende huizen. Ik liet hen mijn kleine Bijbel zien en deelde wat ik eruit had geleerd. Toen het nieuws zich verspreidde werd ik uitgenodigd om in veel andere huizen te spreken.
Tijdens het delen ontdekte ik dat vooral jonge mensen in hun tienerjaren geïnteresseerd waren. Zij wilden zoveel leren dat ik 1.000 bijbelverzen uitschreef en aan de jonge mensen gaf, die de teksten uit hun hoofd leerden. Ik ontdekte dat dit een fantastische manier voor hen was om de Bijbel te leren!
Sinds de jaren 1990 hebben we enige religieuze vrijheid gekregen en nu hebben we een paar adventistische kerkgebouwen in China. Eén kerk ligt naast een grote fabriek van een import/export bedrijf. De eigenaar is een vriend van een adventist. Op een dag kwam het onderwerp ‘geloof’ ter sprake en de adventist deelde haar geloof in God, de Bijbel en wat het betekent om een Zevende-dags Adventist te zijn.
De zakenvrouw was onder de indruk en vertelde haar vriendin, “Je hebt een goede kerk. Jullie leerstellingen kunnen mensen echt helpen. Wil jij met mijn werknemers praten?” De Adventist overwoog de uitnodiging maar voelde zich angstig. Alle werknemers zijn ongelovig, zelfs atheïst, dacht ze.
Na enige tijd bracht de eigenaar het weer naar voren. “Ik wacht nu al een tijdje. Waarom heb je niemand gestuurd?” Het kerklid besefte dat dit een mogelijkheid was en vertelde de predikant over deze kans. .
Toen de adventpredikant arriveerde op de fabriek nodigde de eigenaar de afdelingshoofden uit voor een vergadering. De predikant sprak over Jezus en Zijn onderwijs, en de presentatie werd goed ontvangen. “Dit is een goede boodschap en kan onze medewerkers helpen een beter, positiever leven te hebben,” vertelden de afdelingshoofden hem. “Waarom kom je niet spreken tot onze werknemers?”
Er werd een datum gepland en de predikant ging terug. Ongeveer 60 werknemers kwamen naar de vrijwillige bijeenkomst, en raakten enthousiast over de presentatie. De eigenaar nodigde de predikant uit om elke twee weken te spreken voor haar werknemers. Na zes presentaties accepteerden 30 werknemers Jezus als hun Verlosser.

In december organiseerde de Adventkerk een groot evenement voor alle 200 werknemers van de fabriek. De fabriekseigenaar nodigde ook andere bedrijven uit. Toen zij samen waren, gaven enkele van de andere zakeneigenaren aan dat zij een verschil hadden gezien in de werknemers.
“Nadat jouw werknemers in God zijn gaan geloven, lijken ze erg aardig,” vertelden zij haar. “Wij willen ook onze werknemers aanmoedigen hetzelfde te doen.” Nu bezoekt de predikant elke zondagavond werknemers uit de andere fabrieken.
Na het Kerst evenenement kwam de zakenvrouw naar de Adventkerk en bezocht de dienst van het Heilig Avondmaal. Haar vriendin verwelkomde haar hartelijk en bemoedigde haar om te blijven komen. Zij is van plan zich snel te laten dopen, samen met 30 van haar werknemers.

---------------------------------------

  • Abram La Rue, 65 jaar, was de eerste Adventist die in 1888 het evangelie naar China bracht. Gedurende 14 jaar werkte hij onder de Chinese mensen en was zeer geliefd.
  • Jacob N. Anderson en Emma Anderson-Thompson waren de eerste ingezegende zendelingen die door de Adventkerk gezonden waren naar China. Zij werkten daar van 1902 tot 1909.
  • Het adventistische medische werk begon in 1903 nadat een aanbevelingsbrief van J. N. Anderson was voorgelezen aan de afgevaardigden van de Generale Conferentie in dat jaar. Als resultaat gingen later dat jaar vier adventistische artsen en twee verpleegsters naar China als de eerste medische zendelingen in dat land.