Zendingsbericht 13 april 2019

Een Braziliaan ontwijkt bommen 

Door Carolyn Azo 

Wanhopig geworden door het nieuws van hongerende mensen in Afrika, liet Marcelo Dornelles zijn comfortabele leventje in Brazilië achter zich om via ADRA hulp te gaan verlenen in door oorlog verscheurde landen als Mozambique, Angola en Irak. Hoewel hij pas 48 was, had hij wit haar en een diepdoorgroefd gelaat, dat getuigde van zwaar menslievend werk te midden van bomexplosies, brandende zon, ijzige kou en slagregens. Hij zou niets anders willen. In de Iraakse stad Erbil werkte hij als directeur van ADRA Koerdistan. Tijdens een interview in 1990 zei hij, dat hij erg ontevreden was ondanks zijn comfortabel bestaan. Hij voelde een roeping om hulp te gaan bieden, toen hij op de televisie beelden zag van mensen die in Ethiopië en Somalië stierven van de honger gedurende een oorlog ter plaatse. “Ik wist, dat God mij riep.” 

Zijn eerste opdracht was het opzetten van een ADRA voedselprogramma in 100 dorpen in Mozambique voor de mensen die door de oorlog en de droogte op de vlucht waren. Het land zat sinds 1977 zwaar in de problemen door de burgeroorlog en een vredesverdrag zou pas in 1992 gesloten worden. Mario vertelt: “Toen ik in het rampgebied aankwam, merkte ik, dat de situatie gecompliceerder was, dan ik gedacht had. Maar ik kon niet meer terug. Er was veel hulp nodig.” 

Hij werkte gedurende acht maanden in Mozambique en zijn verlangen om mensen te helpen werd steeds sterker. Maar om zijn doodzieke moeder moest hij zijn werk afbreken en terugkeren naar Brazilië om voor haar te zorgen. Zijn volgende opdracht bracht hem naar Angola, dat al 27 jaar verwikkeld was in een burgeroorlog. In het begin van zijn tijd in Angola zag hij vreselijke taferelen, o.a. wanhopige mensen die schoenen en dode honden opaten. 

Gedurende een militair offensief in 1993 redde hij 20 kinderen van de hongerdood en bombardementen door ze bij hem in huis te nemen in Malanje, de provinciehoofdstad in het noorden van Angola. “Wat ik daar in de straten zag was verschrikkelijk. Grote aantallen kinderen, vel over been, stierven daar van de honger,” zei hij. “Zoveel ellende was voor mij onverdraaglijk. En dus nam ik alle kinderen die ik tegenkwam in huis en gaf ze te eten.” 

Hij regelde ook via ADRA de adoptie van meer dan 200 weeskinderen door Adventistische families in Malanje. In 2016 ging Marcelo terug naar Irak om daar hulp te bieden aan vluchtelingen. “Hij is een man met een groot hart,” zei Liander Reis, een Braziliaan die werkt als hoofd financiële zaken voor ADRA in Koerdistan.